spacer
spacer
spacer  
spacer
lb uitgelicht : spacer
 

ZaterdagMatinee 11-2-2012 - Fetus' Voyage

"Soms lijkt het erop dat hedendaagse componisten niet meer weten waar ze het moeten zoeken. Neo-reli, cross-over, weer een rondje romantiek: het zijn werkzame weekmakers, maar de muzikale voedingswaarde laat te wensen over. Des te verrassender waren de krachtige tegengeluiden die bij de ZaterdagMatinee werden aangeleverd door de Nederlander Sander Germanus (39) en de Duitser Thomas Larcher (48). Beide componisten geven op vernuftige wijze een nieuwe draai aan technieken die in de afgelopen eeuw ontwikkeld zijn.

Germanus doet het met kwarttonen, iets waar componisten al honderd jaar geleden mee bezig waren. Maar hij combineert het principe van de microtoonstapjes met akoestische wetmatigheden als boventonen en klankspectra. Dat maakt dat zijn muziek opvallend goed klinkt, hoe vervreemdend en desoriënterend ze tegelijkertijd ook is. De orkestklanken die hij ontplooit in zijn speciaal voor de Matinee gecomponeerde Fetus' Voyage strelen en wringen tegelijk, en verkleuren als de reflecties in een cd-schijfje.

Daar laat de componist het niet bij, want zijn muziek speelt zich bovendien af in door elkaar gevlochten lagen, die vertrekken vanuit een eendrachtige pulsbeweging, maar al snel uiteenvallen in een weefwerk van verschillende tempi, dat toch een duidelijke samenhang vertoont, vooral wanneer er opeens majeur-achtige akkoorden uit ontstaan die doodgemoedereerd aan de wandel gaan, telkens een stapje hoger op de ultrachromatische toonladder. Het verhaal dat schuilgaat achter Fetus' Voyage is dat van een ongeboren kind, van de verwekking tot de bevalling. Dat hoor je er niet aan af, maar de structuur van het stuk is logisch en niet zonder symmetrie." ***** (De Volkskrant - Frits van der Waa, 13 februari 2012)  Lees meer

 

GERMANUS EN ANDEREN - 24/3/2014

"Wijd uit elkaar staan de leden van Calefax Rietkwintet op het podium. Het is donker in de Kleine Zaal van het Concertgebouw. Als basklarinettist Jelte Althuis een korte, losse noot speelt schijnt er een goed getimede felle spot op Olivier Boekhoorn, de hoboïst die een eindje verderop staat. Althuis kijkt verward om zich heen, maar er is niks mis. Het gaat over desoriëntatie tijdens dit strak ritmische pingpongspel tussen de lichtman Floriaan Ganzevoort en de vijf blazers.
    Die kiezen een nieuwe positie en de muziek verandert, het krijgt het karakter van een cabaret in de jaren twintig van de vorige eeuw, maar de tonen zijn vertekend als de figuren op een schilderij van Salvador Dalí. Ze glijden weg van de vertrouwde, vastomlijnde klanken en het licht komt ineens van beneden, van warmgeel flakkerende gloeilampen.
    Nur für Verrückte, Alleen voor gekken, noemde Sander Germanus zijn nieuwe compositie voor rietkwintet, recording en spotlights. 'Toegang kost je je verstand' is de ondertitel.
    Germanus (41) verwijst ermee naar een fragment uit Herman Hesses roman Der Steppenwolf (1927), waarin de hoofdpersoon terechtkomt op een gemaskerd bal waar duiveltjes spelen in een orkest en waar hij bedwelmd raakt door de hallucinerende indrukken. Germanus zet verglijdende microtonen in om de desoriënterende sfeer van dit magische theater te treffen. Dat lukt hem uitstekend. Als aan het slot van de compositie het licht aangaat en reële klanken het overnemen, voel je de verwarring van Hesses pesonage mee.
[...] De Nederlanders Jeths en Germanus mogen er wezen. In het programma van Calefax krijgen ze gezelschap van de internationale muziekvernieuwers Kevin Volans (Zuid-Afrika), Michelangelo Rossi (Italië) en Graham Fitkin (Groot-Brittannië) maar hun bruisende ideeën blijven naast die beroemdheden fier overeind." **** (Biëlla Luttmer, Volkskrant 26 maart 2014) Lees meer


Gaudeamus Muziekweek 2014 - Moonwalk

"De gearriveerde Sander Germanus sloot daar met zijn Moonwalk mooi op aan. Voor zover te horen geen hommage aan Michael Jackson, wel een verwijzing naar het lopen bij geringe zwaartekracht: hoog springen maar tegelijkertijd geen controle over waar je heen gaat. Dat effect illustreerde hij met kwarttonen (op saxofoons goed uit te voeren).
Het is wonderlijk hoe goed Germanus de wereld van de microtonen beheerst. Het klinkt niet gemaakt, niet vals, niet ongepast. De swingende loopjes en de koraalachtige passages klinken er alleen maar frisser door, alsof je in je zij gekieteld wordt. Of inderdaad, zoals lopen op de maan: er klopt van alles niet, maar het geeft je zo’n enorme kick!"
(musiqolog.nl - Wouter Steenbeek, 12 september 2014) Lees meer

 

Quote van Raaf Hekkema (30 nov. 2014)

Raaf Hekkema: “Pas in de 19e eeuw gebeurde er weer wat op het gebied van tonaliteit. Na Bach kwam natuurlijk Beethoven. Vervolgens Liszt, Wagner, Strauss en Mahler. Dat zijn de pioniers van de tonaliteit. En natuurlijk de Fransen, Debussy en Ravel. Die zijn nog nét tonaal geworteld. Maar al zover verwijderd van Bach.

Hele generaties zijn in verlegenheid gebracht door het loslaten van die tonaliteit. Wat moeten we nu? Je mag niet tonaal schrijven, wat is dan het kader?

Sander Germanus heeft een uitweg gevonden uit dat labyrint. Hij heeft het toonspectrum uitgebreid naar 24 tonen (gelijke delen) per octaaf. Met die tussenschakeringen gaat hij heel tonaal om. Hij heeft een nieuw kader gecreëerd, een tweede laag van tonaliteit. Die lagen combineert hij. Dat levert bizarre, wonderlijk muziek op, die ik heel boeiend vind. Mijn uitvoeringen van één van zijn solostukken staat op iTunes. Zijn muziek is visionair.” (Blog Tom Beek ) Lees meer

 
spacer   spacer
  spacer  
spacer

pers

 

- “Weinig mensen zullen het verschil horen tussen muziek die is gecomponeerd met kwarttonen en muziek die gewoon vals klinkt. Sander Germanus heeft besloten zich daar niets van aan te trekken. Hij schrijft stukken die nergens op lijken – en dat is voor de verandering een compliment. Germanus heeft de muzikale normen en waarden van onze ‘Wohltemperierte’ oren bij het oud vuil gezet. ‘Wohltemperiert’ in de zin van de zwarte en witte toetsen van de piano. In plaats daarvan verdeelt hij de afstand tussen twee pianotoetsen in vier of vijf partjes. Dat kan niet op alle muziekinstrumenten worden gerealiseerd, maar is gemakkelijk te doen met strijkinstrumenten, de menselijke stem, en ook op de trombone. En natuurlijk op de gitaar – er gaat niets boven een ‘vuile’ blues. Germanus wilde muziek schrijven die nog niemand heeft gehoord, en het is hem gelukt. In de allereerste plaats met de drie stukken voor ASKO|Schönberg: Lunapark – Piccadilly Circus – Waldorf Astoria. Ontregelde harmonieën en stuiterende ritmes met een hoog ADHD-gehalte maken dat de luisteraar zich voelt als een toerist in Londen: met de linkervoet op het zebrapad terwijl de dubbeldekker van rechts komt." (Luister - Siebe Riedstra, juni 2011)

 

- “Germanus is een expert op het gebied van microtonen, en niet zo'n klein beetje ook. In de negen hier verzamelde stukken gaan er nieuwe werelden open op het gebied van boventoonspectra, klankmenging, dissonantie en vooral ook zuiverheid – want dat is al eeuwen een hoofddoel van alle gebruikers van zulke minieme toonstapjes. Het hoeft geen betoog dat je hiervoor als muzikant messcherpe oren moet hebben. Voor de luisteraar is een hele cd met ultrachromatiek wel wat veel gevergd. Met dat al is Germanus' muziek heel toegankelijk, en heeft zelfs een plezierige losheid. Hij werpt knipoogjes naar amusementsmuziek, citeert een madrigaal van Monteverdi, en imiteert zelfs met succes een grammofoonplaat waarvan het gat niet precies in het midden zit. Maar ook zonder zulke associaties kunnen we hier zonder meer spreken van een componist met een eigen geluid."  (De Volkskrant  - Frits van der Waa, 2011)


- “Bij Sander Germanus levert experimenteren vrolijkheid op.  Een opgeruimde kinderkamer kan smoezelig zijn en toch in fleurige kleuren gestoken. Iets vergelijkbaars drong zich op bij het Noordhollands Philharmonisch Orkest dat zich waagde aan een nieuwe compositie van Sander Germanus (1972), die eerder was opgevallen met zijn in 1998 bekroonde Adamsarchipel. Ook Continental voor dubbelkamerorkest herinnert aan dit werk, met name door eenzelfde vertragingstechniek in een langzame episode. Nieuw is de bijzonder consequent uitgewerkte microtoontechniek die de akkoorden een grijzig waas verleent als een vloeibare vernislaag. Nu zijn kwarttoonexperimenten niet nieuw, al in 1864 bezat het conservatorium van Moskou een kwarttoonklavier. Maar Germanus is allerminst zwaar op de hand. Hij componeert in wezen een vrolijke muziek, een beetje lazy soms, swingend speels, dan weer Guus Janssen-achtig, tegendraads. Het is vooral die combinatie die verrast, want experimentele componisten zijn immers meestal zwaar op de hand. De opstelling in vier halve cirkels is uitgekiend. De eerste cirkel is bestemd voor orkest 1, dat musiceert vanuit de toonhoogte a=443. De tweede is voor orkest 2 vanuit de a=431, de derde bevat blazers en harp van orkest 2 en de vierde musici van orkest 1. Het slagwerk staat als enig instrumentarium achteraan in een rechte rij opgesteld. Altviool, cello en contrabas nemen het voortouw in een stijgend glissando, maar met Indiase exotiek heeft deze kwarttoonsmuziek niets van doen, noch in opzet noch in uitwerking. Vervolgens doet de trombone zich gelden ten einde beide orkesten op sleeptouw te nemen en zo ontwikkelt zich een discours waarin strijkers zweverig klinken, het hout grappig, het koper gedecideerd met de pauk daar rommelend en trommelend doorheen. De variatie van een snel deel in de herhaling na een langzaam brengt geleidelijk een nog avontuurlijker karakter. Soms denk je: nu gaan we naar het slot toe maar komt er weer iets nieuws en zeker het grappig Kageliaanse slot – eindelijk! – is verrassend. De steeds intrigerender compositie werd uitstekend gespeeld en dat wil wat zeggen bij al die ongewone intonaties, de musici kunnen immers nergens op routine terugvallen.” (NRC Handelsblad - Ernst Vermeulen)

 

- “Het sterkste werk van het programma was een ouder, alleen voor Calefax geschreven werk van Sander Germanus, Le Tourne-disque Antique. Met kwarttonen verrijkte jazzakkoorden scheppen aanvankelijk een nostalgische sfeer, maar belanden al gauw in een wervelende mallemolen. In dit stuk is bovendien te horen dat Calefax echt een klasse apart is.” (Volkskrant)


- “Germanus laat de motiefjes rollen. 'Waarom kan kunst niet lichtvoetig zijn?" Componist Sander Germanus stelt zich de vraag in de toelichting van zijn nieuwe werk Piccadilly Circus. Zijn antwoord: dat kan eigenlijk best. Hij is niet de enige die er zo over denkt. (...) Ondanks zijn hang naar lichtvoetigheid blijft Germanus (1972) een overtuigd modernist. Hij ontwikkelde een theorie over microtonaliteit (meer dan twaalf tonen per octaaf) en complexe temporelaties, en is op zoek naar muzikale vernieuwing. Piccadilly Circus opent met een reeks akoordverbindingen die dat microtonale systeem demonstreren. Maar al snel komt een speels proces op gang, waarin blokjes en motiefjes prettig over elkaar heen rollen. De microtonen maken het ondanks de systematische aanpak moeilijk om te 'focussen'. Enerzijds ontstaat daardoor de sensatie van de muzikale gewichtloosheid die Germanus 'muziekthermiek' noemt, anderzijds lijkt er voortdurend meer te gebeuren dan je kunt bevatten. Belangrijk bijeffect: je wilt de muziek nog eens horen.” (NRC Handelsblad - Jochem Valkenburg, 2008)


- “In het instrumentale 'Piccadilly Circus' van Vleggaars generatiegenoot Sander Germanus schemert een eender vermengingsideaal van hoge en lage cultuur door, maar minder opzichtig. In het stuk heerste een prettige staat van verwarring met bepaald aardige vondsten, zoals de uitgecomponeerde 'golfjes' die op allerlei kleine pulsjes volgden.” (Trouw)


- “Van Sander Germanus klonk het nieuwe Lunapark. Behalve op het gebied van ritmiek, breidt Germanus zijn klanktaal ook uit op tonaal vlak: tussen de bekende hele en halve tonen gebruikt hij ook kwarttonen. (…..) Vaak zet hij ze puur in als effect: zeeziekmakende glijers in de blazers, quasi-valse deuntjes in de strijkers – het past in het cartooneske karakter van het stuk. Vruchtbaarder is echter het gebruik ervan in ‘spectraal’ gedachte passages, waar met nauwkeurig gestapelde samenklanken een klankspectrum wordt gecomponeerd. In tonen die uitstuiteren als omgekeerde pingpongballetjes – steeds sneller, zachter en lager – vond Germanus een leuk effect, maar vooral vanuit ritmisch oogpunt. Over het algemeen is de ritmische kant van Germanus’ stuk intrigerender, met virtuoze ritmische mutaties en modulaties, een beetje à la Elliott Carter, maar minder academisch.” (NRC Handelsblad)


- “Het maffe en intelligent gecomponeerde Le Tourne-disque Antique van Sander Germanus (.….) Germanus kwam van eenvoudige doch jazzy aandoende akkoorden zo maar bij kwarttoonsmuziek aan om een heel scala aan hilarische vondsten hierop los te laten.” (Rotterdams Dagblad)

 

- “Op de valreep leverde Festival in de Branding nog een verrassing op, namelijk het ensemblestuk Adamsarchipel van de jonge componist Sander Germanus: een intrigerend ensemblestuk – alles op zijn plaats, geen minuut te lang – in de vorm van een vervlechting van instrumentale figuren, door elkaar heen bewegend, in een schemergebied tussen consoneren en dissoneren. Een componist met een eigen geluid en met ideeën, die niet geleend zijn van anderen.” (Haagsche Courant)

 

- “Adamsarchipel is een stuk waarmee componist Sander Germanus zijn nek uitsteekt. Ook hier gaat het om een reis. Je zou kunnen spreken van een symfonisch, of nog beter: geografisch gedicht, geïnspireerd als het is door een toekomstige reis naar de nieuwe Amsterdamse eilandengroep IJburg, een reis per boot en te voet.” (NRC Handelsblad)

 

- “Voor de wijze waarop de componist zijn grenzen heeft gesteld en deze vervolgens in zijn partituur heeft uitgewerkt heeft de commissie veel waardering. De nuchtere, soms bijna alledaagse tonaliteit van een gedeelte van het harmonisch materiaal, de beperking in tijdsduur: niet te lang, niet te kort, de originele beeldende en toch strikt muzikale verwerking van het geluid van stromend water - het zijn een paar van de opvallenste aspecten in dit stuk. De commissie sluit zich dan ook aan bij de mening van een criticus naar aanleiding van de eerste uitvoering van Adamsarchipel: 'een componist met een eigen geluid en met ideeën die niet geleend zijn van een ander'. Kortom, een veelbelovend aanzet tot een oeuvre." (persbericht aanmoedigingsprijs Muziek 1998; Otto Ketting, David Porcelijn, Erik Voermans)


"Ook uit 1997 stamt Adamsarchipel van Sander Germanus, intussen een expert op het gebied van microtonale muziek, die hier nog met gewone drieklanken werkt, maar daar wel hoogst ongebruikelijke combinaties mee maakt. De motoriek is gefragmenteerd, maar wel actief en de opbouw van het stuk, dat gestaag opklimt, uiteenvalt en terugkeert naar het begin, is heel helder." (Volkskrant - Frits van der Waa, 8 december 2014)

 

- “Achter de speelse titels van Sander Germanus’ driedelige Beetje Precies schuilt een uitbundig, maar niettemin veeleisend pianostuk. Hortende, repeterende dissonanten en een scherp gevoel voor spanning vormen, samen met de geconcentreerde vertolking van Gerard Bouwhuis, de lijm die deze vele kanten uitvliegende muziek bijeenhoudt.” (Volkskrant)

 

- “Emotie-overdracht vindt wel degelijk plaats in Titatoe van Sander Germanus, eveneens een première. Germanus is veel intuïtiever, zo men wil wispelturiger componist, niet bang voor stijlbreuken. Maar hij heeft ook gevoel voor details. De wijze waarop uit een vibrato kwarttoon-harmonisaties ontstaan is van een fascinerende concentratie.” (NRC Handelsblad)

 

- “De combinatie van de twee ensembles bleek in Titatoe van Sander Germanus even vruchtbaar. Hoewel het korte stuk alle kanten opvliegt, zit het vol virtuoos uitgewerkte ideeën en flitsende vondsten. De klank is uitgesproken jazzy, maar verrijkt met glissandi, kwarttonen en brutale effecten, waaronder een scheidsrechtersfluitje.” (Volkskrant)


- “Another Dutch composer, Sander Germanus described his piece Beetje Precies as typical of Holland in the '90s, the problem of choice in a throwaway society when everything has seemingly become possible. He combined a multitude of brief impressions, organising the potential chaos by ordering of the sections, and ending with 'a song for ten fast fingers', which he assured us Ralph van Raat possessed.” (Musicweb.uk.net) >

 

- “Sander Germanus drijft in zijn bloedmoeilijke pianocompositie Beetje Precies aanstekelijk de spot met zijn overwonnen jeugdhandicap, het stotteren. Met een hink-stap-sprong-techniek krijgt Germanus het gedaan zelfs de meest banale dreuntjes tot een spannend hoorspel te promoveren.” (NRC Handelsblad)

 

  

spacer
spacer
| omhoog |